‘Mijn intelligentie schrikt mannen af'

Ze is mooi, creatief en bijzonder intelligent. Op papier voor veel mannen de ideale vrouw. Maar de waarheid is anders. Te slim zijn blijkt voor Gaya (28) niet te werken, getuige het feit dat al haar relaties hierop zijn gestrand.

Tekst: Agnes Hofman

“Tegenwoordig ben ik er echt alert op. Probeer ik hem het gevoel te geven dat ik hem echt nodig heb. Dat ik ruimte heb voor een man in mijn volle leven. Dan mag hij de pot met augurken open trekken. Of laat ik hem duidelijk merken dat ik zijn mening en visie op prijs stel. Maar de waarheid is, dat ik dat allemaal prima alleen kan.”

Vroeger stond ik er niet eens bij stil, dat mannen moeite kunnen hebben met een slimme dame. Jeroen, mijn eerste vriendje was een drop-out , van de middelbare school. Ik was 17 en was dolblij dat ik mijn eindexamen VWO had gehaald. Hij niet. Misschien is hij tien minuten op mijn feestje geweest. Ik vond het zo vreemd, dat Jeroen niet blij voor me kon zijn. Maar hij was zelf gestopt met school, ondanks zijn eigen intelligentie. Nu denk ik dat hij het niet kon hebben omdat het contrast zo groot was. Ik was klaar om naar de universiteit te gaan. Jeroen was, wat diploma's betrof, niet verder dan de basisschool. Dat is best confronterend. Voor hem dan, want zelf zat ik er totaal niet mee. Ik vond hem interessant om zijn karakter, niet om zijn opleiding. Maar toch werkte het niet, want hij kon niet blij voor me zijn.

Tijdens mijn studie Econometrie kwam ik Victor tegen, mijn studiegenoot. Wat een verademing was hij. In tegenstelling tot mijn jeugdliefde waren we intellectueel compleet gelijkwaardig. We hadden allebei een enorme honger naar kennis en samen waren de beste van ons jaar. Victor begreep me helemaal en snapte wat er in mijn hoofd omging. Naar mijn idee waren we een hecht team, maar hij bleek dat na een half jaar toch anders te zien. Met schaamrood op zijn kaken bekende Victor een keer dat hij niet kon slapen bij het idee dat ik een hoger cijfer zou halen dan hij. Flabbergasted was ik. Natuurlijk gingen we allebei voor de hoogste punten, maar als ik een negen had en hij wel een tien, was ik wel dolblij voor hem. Ik zag ons echt als maatjes, hij was mijn beste vriend. We konden samen heerlijk op de bank liggen en Star Trek kijken. En ineens bleek dat die vriendschap voor hem een concurrentiestrijd was geworden. Vanaf dat moment werden ook de verschillen tussen ons duidelijk. Ja, ik was een stuudje -ik deed er ook nog Wiskunde naast- en in de ogen van sommigen was ik misschien wel een beetje een nerd. Maar… uitgaan en optreden heb ik ook altijd graag gedaan. Ik heb een sociaal karakter, ben heel extravert. Houd van dansen en zingen. Victor was het tegenovergestelde; de rustige van ons twee. “Passen die populaire gasten niet beter bij je?” kon hij vragen, wanneer ik gewoon een drankje stond te drinken met leuke mensen in de kroeg.

Over aandacht van mannen heb ik nooit te klagen gehad en dat is voor mijn vriendjes wel eens lastig. Ik ben een volwaardige gesprekspartner en in de ogen van veel mannen ook aantrekkelijk. Victor's bijna wetenschappelijke analyse snijdt wel hout. Omdat ik zowel het innerlijk als het uiterlijk heb, ben ik voor meer mensen interessant als partner dan hij. Victor moest het vooral hebben van zijn hersens, waardoor hij uit minder vrouwen kon kiezen. Degene met de meeste opties is volgens hem degene met de meeste macht. Dat maakte de relatie ongelijkwaardig. Destijds zag ik het probleem niet zo, maar inmiddels heb ik ervaren dat het blijkbaar confronterend is voor mensen als je zowel mooi als slim bent.

Een ander goed voorbeeld daarvan is misschien die keer dat ik een leuke man tegen kwam, met wie ik een spannende avond had gepland. Ik lag er bevallig bij, in mooie lingerie en helemaal klaar om er een romantische avond van te maken. Maar helaas, er gebeurde niets. “Je bent te imponerend om geil te zijn,” zei mijn vriendje van het moment. Daar baalde ik wel van. Ik had echt mijn best gedaan om sexy te zijn. Later heb ik het met mijn vriendinnen besproken en mijn bedpartners bleken vaker impotent dan die van hen. Alsof mijn vriendjes zich naast mij niet mannelijk genoeg voelen. Ik ben juist heel erg vrouwelijk, maar ik weet wel wat ik wil en maak dat ook goed duidelijk.

Daarna werd ik helemaal verliefd op Ferry, een muzikant. In die tijd werkte ik als kwantitatief beursanalist, maar ik zing ook en schrijf al jaren mijn eigen muziek. We speelden in hetzelfde circuit en weer dacht ik dat ik een man had gevonden die bij me past. Met wie ik kon lezen en schrijven. Maar Ferry begon zich al snel te ergeren. Aan mij. Want ik onderhandelde over mijn gages op festivals en deed veel aan mijn eigen marketing. Ik wil niet alleen spelen, maar ben ook bezig met alle zaken er omheen. Ferry was niet zo en begon mij ook als concurrent te zien. Baalde ervan wanneer ik het beter had gedaan dan hij. Voor mij was dat moeilijk, want ik zag het probleem niet zo. Ik ben zakelijk kennelijk sterker, maar dan behartig ik zijn belangen er toch gewoon bij? Helaas wilde hij dat niet, daarvoor was hij te trots. Het ontbrak hem aan zelfvertrouwen. Van hem heb ik wel veel geleerd. Nu terugkijkend denk ik dat hij zich voornamelijk aan zijn eigen tekortkomingen ergerde en die op mij projecteerde.

Soms kom ik ook het tegenovergestelde tegen. Mannen die blaken van het zelfvertrouwen en mij, het mooie meisje, wel even laten zien hoe slim ze zijn. Laatst nog, kwam ik tijdens het uitgaan een pseudo intellectueel tegen, die stond te pochen over zijn economische kennis. Ik keek hem charmant aan en pareerde zijn stelling door te vertellen in hoeverre je met de nutscurve non-monetaire welvaartsindicatoren kunt kwantificeren en dus vergelijken. Toen keek hij een beetje boos en hij vertrok meteen. Hier had hij geen zin in, in een dame die slimmer is dan hij.

Grappig is dat ik met mijn Hubert, laatste vriend aan de praat raakte door precies dit onderwerp aan te snijden. Ik vertelde over mijn ervaringen, en over mijn lidmaatschap van de Mensa (de vereniging voor hoogbegaafde mensen). Volgens de test die ik voor de Mensa moest afleggen, behoor ik tot de groep van 1% van de mensen die slimmer is dan de rest van de bevolking. Denk je dat jij dit zou trekken, vroeg ik hem? Ik bedoelde dat hypothetisch, maar ik weet nog hoe hij me aankeek met een glinstering in zijn ogen en zei: ” Lijkt me helemaal leuk, Gaya.” Zelf is Hubert ook hoogbegaafd, maar kon hij zijn plek niet vinden in het onderwijs en is daarmee gestopt. We kenden elkaar van vechtsport, hij was een prachtige sterke man. We konden urenlang praten, heerlijk vond ik dat. We hadden echt een klik. Maar ook deze relatie werkte niet. Zelfs hij, deze stoere spierbundel, voelde zich toch bedreigd door andere mannen in mijn omgeving, die financieel succesvoller waren dan hij bijvoorbeeld. Voor mij was dat totaal geen issue.

Ik weet nog dat we een keer ruzie hadden, ik begreep sowieso niet zo goed waarom precies, en dat ik op een gegeven moment zei “Maar wat boeit mij het nou dat je niet doorgeleerd hebt”. Toen zei Hubert met tranen in zijn ogen: “Dit is de eerste keer dat je dat zo zegt”. Maar ik had dat nooit gezegd, juist omdat het voor mij zo vanzelfsprekend was! En hij had ook gezegd dat hij er niet onzeker van werd. Dat voelde hij denk ik op dat moment ook zo. Maar blijkbaar verandert dat op de langere termijn.

Maar ja, ik ben wie ik ben, met mijn expliciete mening en mijn verschillende activiteiten. Naast mijn bezigheden als zangeres leid ik namelijk ook een stichting, StoereVrouwen, waarmee ik bewustwording wil creëren voor een meer duurzame leefomgeving.

Natuurlijk was het niet leuk om ook deze relatie op de klippen te zien lopen. Ik hield van hem. Ik heb me dus ondertussen toch voorgenomen om iets alerter te zijn op onzekerheden van mijn partner. Heb geleerd om wat meer complimenten te maken. Te laten zien dat ik een man en zijn mening echt waardeer. Toch zal ik me nooit dommer voordoen dan ik ben. Mijn intelligentie schrikt weliswaar veel mannen af, maar ik weiger te geloven dat ik too much ben voor iedere potentiële liefde. Ja, voor sommige mannen misschien wel, maar ik heb er maar één nodig. Die ene man die naast me staat en me laat groeien. Hij raakt me niet met mooie praatjes of een dure auto, maar wel met integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheidsgevoel. Het gaat mij om partnerschap, dat je maatjes bent. Ik wil niet samen bij de Chinees naast het aquarium zitten en elkaar niets te zeggen hebben. Dan blijf ik liever alleen.”

Meer informatie over Gaya's muziek en stichting? Kijk op www.gaya.nl en www.stoerevrouwen.nl


naar boven / terug