De schoonheid van Sardinië
Eén van de fijne dingen van Sardinië, is dat het een eiland betreft. Op het vaste land van Italië bestaat het leven uit meer keuzes; blijven we in Toscane of gaan we ook Umbrië verkennen? Het mooie Sardinië is ongeveer zo groot als Nederland, maar met veel culturele verschillen. Een rondreis is dan ook een goed idee. Gaat u mee?
Verschillende luchtvaartmaatschappijen vliegen op Sardinië. Vanaf Amsterdam is het goed te doen, maar wij kozen toch voor Brussel als vertrekpunt. Het is namelijk zeer verstandig om rekening te houden met de aankomsttijden. Indien u een bedrijf heeft in wegverlichting, is een oriëntatiebezoek ook zeker de moeite waard, want het begrip lantaarnpaal kennen de Sardijnen alleen binnen de stadsgrenzen. En laat Sardinië nu eens met anderhalf miljoen inwoners heel dun bevolkt zijn…
Met ‘wij’ bedoel ik overigens mijn zoon Thomas van negen en ikzelf. Ja, een single moeder. En ja, mijn gezinssituatie speelde mee bij het kiezen van deze bestemming. Een kinderhand met strand en zand is snel gevuld, maar ik probeer er af en toe ook eens wat cultuur doorheen te duwen. En daaraan is op Sardinië geen gebrek.
Vanaf Olbia Airport rijden we naar boven, naar het uiterste noordpunt van het eiland. De bestemming is Vignola Mare, een klein dorpje nabij Santa Teresa di Gallura. De tocht begint goed. Het weer is prachtig en het uitzicht fenomenaal. De bergen die voor ons opdoemen zijn behoorlijk indrukwekkend. Maar één klein detail ben ik vergeten. Italianen rijden niet zo goed als u en ik. Ik weet heus wel, er schuilt een Speedy Gonzeles in ons allemaal. Maar in een haarspeldbocht in de bergen met mij aan de buitenkant, vind ik het prettig als ieder op zijn eigen weghelft blijft. Dat houdt alles wel zo overzichtelijk. En schoon ook, want die ravijnen zijn honderden meters diep. Voor wie net als ik een onervaren klimmer is; hoe lager de versnelling, hoe makkelijker uw auto de berg opgaat, zo ondervond ik halverwege.
De eindbestemming in Vignola Mare is ons thuis voor de komende weken. Baia Blu La Tortuga. Een grote camping, midden in een pijnbomenbos. Heel gunstig gelegen, tussen het strand en de doorgaande weg naar het zuiden. Met name voor kinderen is kamperen ideaal; ze hebben alle vrijheid en het aloude cliché is waar; als zij het naar hun zin hebben, is het voor de ouders meer genieten.
Deze locatie blijkt zeer ideaal als uitvalsbasis voor een vakantie op het eiland. Zo zakken we via de SP 90 af naar Castelsardo. Een indrukwekkend stadje aan de westkant van het eiland, in de provincie Sassari. Na een spannende rit door de bergen doemt het plaatsje op. Een azuurblauwe zee met daar uitstekend een grote grijze rots, dat de fundering vormt voor het sprookjesachtige Castelsardo. Hoe kan een dergelijk mooi en bijzonder stadje haar identiteit behouden, vraag ik me af? Het aantal inwoners is blijven steken op ruim vijfduizend, met minstens zoveel toeristen. Maar de lokale bevolking mengt zich graag met deze passanten. Op de stoepen van hun huizen praten de dames met het toeristenvolk over het Spaanse verleden van Castelsardo, over de bezienswaardigheden (de kathedraal) en over hun vlechtwerk, dat op hetzelfde stoepje wordt aangeboden.
Iets verder in het zuiden ligt Sassari, de provinciehoofdstad. Op advies van ervaren Sardiniëgangers rij ik er snel voorbij. Veel industrie en weinig karakter. Het lelijke zusje van Cagliari, heeft de stad dan ook als bijnaam. En juist het karakter van Sardinië wil ik ontdekken. Dat gaat verrassend makkelijk, langs de S131. De enige snelweg die me van noord naar zuid brengt. Want ja, de volgende stop is Cagliari.
Van mijn camping tot de hoofdstad van het eiland is het precies 320 kilometer. Na Sassari houden de bergen zo’n beetje op en is het landschap vlak. Hemelsbreed is Afrika dichterbij dan Italië. Dat zie je aan het dorre landschap, de cactussen en je voelt het aan de droge hitte die de Sardijnen bij voorkeur proberen te omzeilen.
Dat zie je goed in Cagliari. Deze prachtige stad wordt ook wel ‘Klein Barcelona’ genoemd. Authentieke straatjes, warme kleuren, een gezellige haven en decor waarin de lokale bevolking naast de toeristen leven. Behalve na het middaguur. Dan zijn de straten nagenoeg leeg en zoekt iedereen de binnen de verkoeling op, om pas rond 17.00 uur weer naar buiten te komen.
En dan is het gezellig. De winkels gaan weer open, de markt wordt opgebouwd en overal klinkt muziek. Want ja, Sardinië swingt.
<<KADER>>
Slim naar Sardinië:
-Ga bij dringende honger niet uit eten. Een afhaalpizza biedt meer voldoening. Wachttijden van een half uur zijn normaal. Voordat u de eerste bestelling kunt plaatsen, bedoel ik.
-Sardinië is niet te doen zonder auto. Punt. In twee weken tijd heb ik drie lijnbussen gespot.
-In het Noorden van Sardinië zijn nachtmarkten zeer populair. Lokale handelswaar wordt afgewisseld met Afrikaanse houtsnijkunst. Afdingen is normaal. Met name de Afrikanen gaan graag de discussie aan. Zo mocht ik voor vijftig euro een prachtige hardhouten tafeltje meenemen, waarvoor aanvankelijk tachtig werd gevraagd.
-Op deze markten wordt ook koraal aangeboden. Dit mag niet ingevoerd worden en is bovendien zonde van de riffen.
-Nu we toch aan het milieu denken; er zijn veel agroturismo-campings op Sardinië.
-De temperatuur is redelijk stabiel (heet tot bloedheet) maar ineens kan de kou zijn intrede doen. Neem bij excursies daarom altijd iets warms mee, zeker voor kinderen. En voor de dames is een pareo ideaal. Klein in de tas, maar heerlijk op dat net te koele terras.
-Het wegennet zit (afgezien van het ontbreken van verlichting) goed in elkaar. Na iedere paar honderd meter zit er een uitsparing in de weg voor een kodak-moment of een pitstop.
-Verschillende café’s bieden (gratis) wifi. Ook zijn er veel internetcafé’s en ook campings bieden internetvoorzieningen.
-De prijzen op Sadinië lopen zeer uiteen. Een cola en een latte machiato heb je in de meeste steden wel voor een paar euro, maar aan de Costa Smeralda betaal je de hoofdprijs; zestien euro, in het centrum van Porto Cervo.
-Lokale wijnen doen niet onder voor het sap dat u in de winecooler heeft staan. zeker het proberen waard. Langs de provinciale wegen zijn verschillende wijn- en of kaasboeren. Lekker en ook leuk, om kennis te maken met de eilandbewoners en lokale producten.
naar boven / terug |