| |
|
|
‘Ontwerpers willen levens beter maken’
De Amerikaanse manager, de Ghanese ondernemer en de Nederlandse student; de drie mannen zijn een fractie van de 800 miljoen Nokia-gebruikers. Ze verlaten alle drie hun huis niet zonder de meest populaire accessoire van deze tijd; hun mobiele telefoon. De Amerikaan wil regelmatig zijn mail checken en de Nederlander sms’t graag met zijn vriendin, maar voor de Ghanees is zijn mobiel meer dan een communicatiemiddel. Het verschaft hem een identiteit en daardoor zijn inkomen.
De Nokia Design Studio is sinds oktober 2007 gevestigd in de hippe wijk Soho in Londen. Vanuit dit hoofdkantoor en vestigingen in Finland, Amerika en Azië werken driehonderd ontwerpers van ruim dertig nationaliteiten aan telefoons die wij over twee jaar kunnen kopen. Voordat deze designers de tekenpen ter hand nemen, vindt uitvoerig overleg plaats met de afdeling Antropologic Research. Bij de toestellen van Nokia gaat het namelijk niet alleen om mooi, handig, strak en licht in gewicht. ‘We willen levens beter maken,’ zegt Jan Chipcase.
Deze Engelsman is Senior Antropologic Researcher en brengt een groot deel van zijn tijd door op locaties die de gemiddelde zakenreiziger schuwt; de favellas van Rio de Janeiro, de townships in Kaapstad en de sloppen bij Mumbai. Hier wonen mensen zonder stromend water, met complete gezinnen in één slaapkamer. Langs de muur hangt een stroomdraad die leidt naar een enkel stopcontact, met daarin een Nokia-oplader. De energieke Jan laat foto’s zien van mensen uit gebieden die het gros van de Nederlanders alleen kent van het Journaal of uit advertenties waarin om geld wordt gevraagd. Geld voor medicijnen, voedsel en hulp. Dat zijn de primaire levensbehoeften van deze mensen en een mobiel lijkt overbodige luxe. Maar schijnt bedriegt, legt Jan uit.
Status
‘De onderste klasse heeft niets, zelfs geen vaste woon- of verblijfplaats. Het is voor deze mensen daarom onmogelijk om een baan te krijgen of om ondernemer te zijn. Want hoe kunnen je klanten je bereiken, als je vandaag niet weet waar je volgende week woont?’ Ter illustratie pakt hij er weer een foto bij die gemaakt is in Ghana. Een donkere man zit in de zon, met een brede grijns op zijn gezicht. Voor hem, op een geïmproviseerde kraam, ligt zijn handel; wat hamers, een schroevendraaier en een paar dozen spijkers. ‘Het is niet veel,’ zegt Jan, ‘maar toch is de kans klein dat hij aan het einde van de dag uitverkocht is. Zijn klanten moeten de gereedschappen maar net nodig hebben. Nederlanders maken een trip naar de bouwmarkt, maar in Afrika is het vooral overleven. Tot je dak kapot is, natuurlijk. Daarom hangt sinds kort een kartonnen plaat aan zijn kraam met daarop zijn mobiele nummer. Potentiële klanten kunnen hem zo altijd bereiken, iets dat zijn maandelijkse inkomsten vergroot. Ook levert het hem status op, waardoor andere ondernemers sneller zaken met hem willen doen. Onderzoek heeft uitgewezen dat inkomens zo met veertig procent kunnen stijgen.’
Door met deze Ghanees en veel andere mensen te praten, foto’s te maken en deze te analyseren wordt een aantal essentiële voorwaarden in kaart gebracht waar een telefoon in deze gebieden aan moet voldoen. ‘We reizen met groep onderzoekers af naar Uganda, blijven daar vijf maanden en komen terug met negentienduizend foto’s. Van de mensen, hun leefomgeving en de inhoudt van hun tas. Dragen ze hun telefoon in hun broekzak of in een tas met zich mee? Mobieltjes in broekzakken worden minder goed gehoord. Eén derde van de inkomende gesprekken wordt daarom gemist. Dat analyseren we. Een logische conclusie is om aan het ontwerpteam door te geven dat de beltoon harder moet, voor toestellen in deze regio.’
Grabbelton
Ook aan de dames is gedacht. De liefde voor de handtas overschrijdt iedere landsgrens, met als gevolg dat vijftig procent van de gesprekken wordt gemist. ‘Niet zozeer omdat vrouwen hun ringtone niet horen, maar omdat ze net te laat zijn. Ze horen hem rinkelen en duiken met hun hand in de tas, maar die blijkt opeens een grabbelton te zijn.’ In zijn notities aan Londen adviseert Jan daarom toestellen die ook aan de zijkant oplichten, zodat hij beter te zien is op de bodem van een tas.
Een andere manier van onderzoek is het schetsen van het ideale ontwerp. Niet door de techneuten in Soho, maar door de gebruikers. Een creatieve jongeman uit Uganda heeft een mooie tekening gemaakt van de mobiel van zijn dromen. Precies zoals de opdracht luidde. Omdat hij en zijn broer het financieel moeilijk hebben, willen ze een telefoon delen. Vandaar zijn beeltenis van één telefoon met twee adresboeken ernaast. ‘Daar zou ik zelf niet zijn opgekomen,’ bekent Jan. ‘Maar het is wel een erg goed idee. We zijn hierover na gaan denken en het resultaat is een telefoon voor meerdere gebruikers. Je logt in met een code en ziet je eigen adresboek, je eigen sms’jes en je eigen agenda. En nadat je uitlogt, kan je hem doorgeven aan iemand anders, die onder zijn of haar eigen naam van de mobiel gebruikmaakt. Dit is niet alleen praktisch, maar sterkt ook het gevoel van het hebben van een eigen identiteit. In veel gebieden leven, eten, slapen en werken complete families samen. Voor hen is een mobiel zoveel meer dan bereikbaar zijn. Ze kunnen zich zo, in alle hectiek, even terugtrekken en een eigen ruimte creëren. En dat maakt dit werk zo bijzonder. We bieden betekenisvolle oplossingen, om de inhoud van levens echt beter te maken.’
(kader)
Nokia…
-Dankt zijn naam aan de Nokia rivier in het zuiden van Finland.
-Begon in 1865 als een kabelbedrijf in Finland.
-Had twintig jaar geleden nog de verkoop van banden en kabels als core business
-Stapte in 1992 in de telecommunicatie.
-Heeft 116.378 medewerkers in dienst (maart 2008).
-Had in 2007 een omzet van 12,7 miljard.
-Verkoopt zestien mobiele telefoons per seconde in 150 landen.
-Heeft honderd verschillende modellen, wereldwijd.
-Begint bij een ontwerp altijd met de binnenkant.
-Doet 18-24 maanden over nieuwe ontwerpen voor de N-series.
-Kwam er na onderzoek achter dat zestig procent van de mannen zijn mobiel in zijn rechterbroekzak steekt.
-En zag ook dat eenenzestig procent van de vrouwen haar mobiel in haar handtas draagt.
-Ondervond dat een rode telefoon in China nog steeds niet kan.
-Maar dat een gouden telefoon in het Midden Oosten een gat in de markt is.
naar boven / terug |