‘Hij durft niet met me naar bed te gaan’

“Een paar jaar geleden keek ik naar ‘Liefde is de regel’. Dat was een televisieprogramma over een datingbureau. Ik was al een paar jaar single en besloot me in te schrijven. Die formulieren heb ik bijna helemaal eerlijk ingevuld. Alleen bij het kopje ‘Gezondheid’ besloot ik te liegen. Ik wilde eerst zien wat het op zou leveren en dan kon ik alsnog eerlijk zijn. Zo ontmoette ik anderhalf jaar geleden Peter, een vlotte ondernemer met ontzettend veel humor. En dus ging ik met de billen bloot; ‘Ik moet je wat vertellen. Ik ben seropositief.’

Dagen liep ik erover na te denken. Zou ik het inleidend brengen of in een keer recht voor zijn raap. Hij vermoedde dat er iets was, want het weekend ervoor meende hij een muur om me heen te zien. Hij dacht dat ik niet helemaal open was. We hadden nog niets gedaan, nog niet eens gezoend. Dat wilde ik ook niet. Hij deed wel pogingen, maar die wees ik af. En dus ging hij zich afvragen wat er aan de hand was. Dit was pas ons vierde afspraakje, maar het voelde goed en veilig. Je ziet het gewoon dat een man je leuk en mooi vindt, aan zijn blik en zijn lach. Als hij lacht, dan smelt ik gewoon, zo lief.

Ik wilde het wel eerder vertellen, maar ik durfde niet. Hoe doe je dat? En natuurlijk was ik bang voor een negatieve reactie. Maar goed, het is niets voor mij om te liegen. Ik wachtte tot na het eten. In de keuken heb ik mezelf even een wijntje ingeschonken om me moed in te drinken en ik ging tegenover hem op de bank zitten. Daar vertelde ik hem over mijn HIV-virus. “Oh? Wat betekent dat? vroeg hij. Ik was stomverbaasd. “Kom je van Mars of zo?” zei ik. Maar nee, hij wilde weten wat het voor ons betekende. Voor ons. Dus hij schrok er niets eens zo van. En hij vroeg me wat ik van hem verwachtte. “Dat je opstaat en wegloopt,” zei ik. Maar dat deed hij niet en dat was de eerste keer dat we zoenden. Heel passioneel, heel fijn. Ik was zo opgelucht. Ik kon nu immers voor het eerst mezelf zijn.

Ik wilde hem ook van alles uitleggen. Hoe ik het HIV-virus gekregen had. Dat was voor mij heel belangrijk. Dat hij niet dacht dat ik een vrouw ben die met iedereen het bed induikt. Integendeel. Ik was 23 jaar en ontmoette Dave, een vlotte barman. Dat was een heftige relatie, met sterke ups en downs. Ik had overdag een baan in de media en hij werkte ’s avonds in een bar. Daarna ging hij stappen, bijna iedere avond. Natuurlijk ging ik soms mee, maar meestal niet. We groeiden uit elkaar. Ik vond hem egoïstisch omdat hij zo zijn eigen weg ging en ik besloot te vertrekken.

Na een periode van hard werken ter afleiding, kwam er wat rust in mijn leven. Ik was over de relatie heen en besloot om naar de bloedbank te gaan om bloed te geven. Dat wilde ik altijd al doen, maar zoals dat gaat met die dingen, het komt er niet altijd van. Ik werd gebeld en ze vroegen me om langs te komen. Dat vond ik vreemd. Ik maakte me nog niet echt zorgen, maar dacht aan trombose, omdat ik daar eerder last van heb gehad. Ik zat te wachten op de gang en twee dokters kwamen me halen. Dat vond ik wel apart en ik begon te denken dat het wel ernstiger dan trombose zou kunnen zijn. Aan HIV dacht ik nog niet, maar dat bleek het wel te zijn. Ik begon te vloeken en riep uit ‘Dacht ik het niet’, omdat er wel iets aan de hand was. En ik dacht meteen aan Dave. ‘Oh god, hij heeft het vast ook, maar weet het niet’, dacht ik. Hij was inderdaad ook geïnfecteerd, maar al voordat hij mij leerde kennen. Dat wist hij ook, maar hij had nooit de moeite genomen om dat te vertellen. Dus ik heb het van hem.

Na jaren single te zijn geweest, zat ik dus ineens met Peter om mijn bank. Een leuke man voor wie ik gevoelens begon te krijgen. En hij ook voor mij. Hij vertrok die avond naar huis en ik was benieuwd of ik nog iets van hem zou horen. Hij belde al snel. Toch was er iets veranderd. Hij deed wat koeler, wat oppervlakkiger. Onze gesprekken waren minder intiem, alsof hij minder met me deelde. Ik vroeg natuurlijk wat er was, maar daar kreeg ik geen antwoord op. Na een tijdje kwam de aap uit de mouw. Via google had hij allerlei info gevonden over HIV en Aids. Hij was zich rot geschrokken. Dat kan ik me voorstellen, maar die verhalen die je op internet leest, slaan niet op mij. Ik ben niet doodziek. Sterker nog, ik kan gewoon alles doen en dat blijft voorlopig ook zo. Maar het is moeilijk om hem dat duidelijk te maken. Peter praat niet graag over zijn emoties. Hij houdt meer van gezelligheid. Toch bleven we elkaar zien en nu zijn we anderhalf jaar samen. We gaan weekendjes weg, lekker uit eten of doen andere leuke dingen samen.

Natuurlijk vind ik die gezellige kant van hem geweldig. Ik lach me wat af met hem. Maar soms mis ik het wel, die warme schouder om op uit te huilen. Zo had ik een sterke kinderwens. Maar ik vond het risico te groot. Ik heb veertien procent kans dat de baby HIV heeft, dat wil ik niet. Dat zou ik egoïstisch van mezelf vinden, om een ander hiermee op te zadelen. Dus van mijn kinderwens moest ik helaas afscheid nemen. Maar ja, in mijn omgeving worden natuurlijk kindjes geboren. Laatst nog, vertelde een vriendin dat ze zwanger is van haar derde. Mijn eerste reactie was ‘Leuk!’ want ik gun het haar echt. Maar al snel voelde ik tranen in mijn ogen prikken. Ik had het ook zo graag gewild. Een zwangerschap. Een baby in mijn armen. Mijn vriendin zag het en reageerde heel lief en begripvol. Dat is me echt goud waard. En ik ben blij dat ze het niet voor me verzweeg. Dat zou ik nog veel erger vinden. Want dan hoor je er niet meer bij.

Peter heeft al een kind. Een fantastische puberdochter. Ik hou van die meid en we kunnen ontzettend goed met elkaar opschieten. Ze weet van mijn HIV en we kunnen er goed over praten. Maar met haar vader heb ik dat dus iets minder. HIV is geen dagelijkse issue meer voor me. Ik weet al veertien jaar dat ik het heb en ik hoef nog maar twee medicijnen te slikken. Dat was vroeger wel anders. Drie keer per dag acht pillen en daar kreeg ik vreselijke bijwerkingen van. Zo was ik veel misselijk. Om dat te voorkomen moest ik veel vette dingen eten. Nu is dat voorbij. Ik eet heel gezond en probeer zo goed voor mijn lichaam te zorgen.

Je ziet het ook niet aan me, dat ik het virus heb. Ik word er alleen mee geconfronteerd met een nieuwe relatie en in bed. Dat is nog wel het meest veranderd; mijn seksleven. Peter en ik hebben wel intimiteit, maar we zijn na anderhalf jaar nog steeds niet met elkaar naar bed geweest. Ik ben in bed meer op hem gericht. Dus we werken samen naar zijn orgasme toe. Natuurlijk kunnen we wel gewoon seks hebben met een condoom, maar dat durft hij niet. Soms vraag ik me af of dat niet heel egoïstisch is van hem. Maar aan de andere kant heb ik er ook begrip voor. Het steekt me wel. Ik hou van hem en wil niet alleen maar naast hem liggen of hem bevredigen. Ik wil hem in me voelen. Zijn liefde voelen. En dan gaat het niet eens om het orgasme, maar om de verbondenheid.

Hij snapt het wel, maar praat er liever niet over. Dat ligt aan zijn opvoeding. Over gevoelens werd nooit gepraat. Maar het gaat steeds beter. Ik lok de discussie ook meer uit. Laatst nog, toen ik ongesteld was. Oh, wat was ik een draak. Ik zat te zuigen en prikken tot hij reageerde. “Als je zo doet, ga dan maar weg,” zei hij. En dat is dan de meest heftige emotie die ik krijg.
Ik heb me afgevraagd of ik alleen maar bij hem ben uit angst om single te zijn. Voor mij is het immers lastig om aan de man te komen. Maar dat is niet zo. Ik hou echt van hem, maar wil wel meer verdieping in onze relatie. Dat is voor mij ook een voorwaarde om ooit samen te gaan wonen. Dan wil ik het complete pakket. Daarom gaan we binnenkort samen naar het ziekenhuis. Een dokter kan dan aan Peter uitleggen dat hij niet bang hoeft te zijn om met me naar bed te gaan. Dat we gewoon de liefde kunnen bedrijven, zoals ik dat graag wil.”

Anita Greter schreef een boek over haar leven met HIV, ‘Hopjesvla met slagroom’. Ook heeft ze een stichting, waarmee ze voorlichting wil geven. Voor meer informatie; www.hopjesvlametslagroom.nl

 

 

 


naar boven / terug